René van der Meer / freelance redacteur

Treffende teksten. Print en online.

‘Weertje hè?’

AD Weekend / 2010
Download het artikel hier als PDF

Negen van de tien Nederlanders vinden het lastig om een praatje te maken. Gelukkig is het voeren van een kort gesprek te leren.

Recepties, feestjes, of zomaar een ontmoeting bij de bakker. Vlotte praters slaan zich er soepel doorheen. Ze babbelen wat, stellen een paar vragen en nemen lachend afscheid. De meeste mensen, echter, raken gespannen op het moment dat ze een vrijblijvend praatje willen maken. Want wat moet je zeggen tegen iemand die je niet zo goed kent? Volgens onderzoeksbureau Motivaction vindt maar liefst 88 procent van de Nederlanders het lastig om een gesprekje met een vreemde aan te knopen.
,,We denken dat we interessant moeten overkomen, of twijfelen of de ander zit te wachten op onze aandacht,” zegt Marjolijn van Burik, psycholoog en auteur van Een praatje maken. Bij trainingsbureau Schouten & Nelissen geeft ze tevens de cursus ‘Het kleine gesprek’, waar de deelnemers over koetjes en kalfjes leren praten en ook particulieren leert ze een vrijblijvend gesprek te voeren. Dat is namelijk te leren.

In een conferentiecentrum in Nijmegen staan de deelnemers aan de cursus nog wat ongemakkelijk in hun koffie te roeren, als Van Burik ze al het ‘praatjemaken-model’ laat zien. Elk gesprek verloopt, zo blijkt uit het schema, volgens vijf vaste stappen.  Na het contact zoeken en contact maken, begint bij stap 3 pas het echte praten. Daarna volgen het afronden (stap 4) en het afscheid (stap 5). Van Burik: ,,Te vaak slaan mensen de eerste twee stappen over. Ze zijn te gehaast of veroordelen het hoge cliché-gehalte van de onvermijdelijke openingszinnen.” ‘Weertje hè?’ ‘Nog files gehad?’ ‘Kon je het makkelijk vinden?’ Het zijn inderdaad niet de meest filosofische vraagstukken. ,,Maar ze zijn ontzettend belangrijk,” benadrukt Van Burik. ,,Juist omdat ze nergens over gaan, vervullen ze een andere taak. Die van het aftasten.” Door aan de oppervlakte te blijven, kun je veilig onderzoeken wie je tegenover je hebt.

Voor het zover is, moet er contact worden gezocht. Een non-verbale kwestie waarbij het aankomt op oogcontact en lichaamshouding. ,,Dat werkt twee kanten op. Je kunt kijken hoe anderen erbij staan, maar moet ook beseffen wat je zelf uitstraalt,’’ legt Van Burik uit. Wie tijdens een borrel nerveus in zijn glas staat te staren, zal minder snel worden aangesproken dan iemand die met een glimlach om zich heen kijkt. Zijn de eerste stappen gezet, richt je dan op iets gemeenschappelijks. Van Burik: ,,Dat kan alles zijn, zolang het maar verbindt.” Niet voor niets zijn onderwerpen als het weer en verkeer zo populair voor het openen van een gesprek. ,,Daarmee heeft iedereen altijd te maken. Dat maakt het makkelijk om te reageren.” Helemaal wanneer er open in plaats van gesloten vragen worden gesteld. Iemand vragen of hij in de file heeft gestaan resulteert al snel in een ‘ja’ of ‘nee’ en nodigt minder uit tot een soepel gesprek dan informeren welke route iemand heeft gereden.

Klinkt hoopgevend. Maar wat is het nut van een gesprekje met iemand die je misschien nooit meer ziet? De Belgische antropoloog Ruth Soenen deed onderzoek naar het dagelijks contact van stedelingen in Antwerpen en ontdekte zo de kracht van het kleine contact. In haar onderzoek geeft ze een treffend voorbeeld: terwijl de sfeer in een volle tram al haltes lang te snijden is, stapt er een praatgrage vrouw in. Zonder zich, zoals de rest van de tram, af te laten schrikken door een groep luidruchtige scholieren, begint ze een praatje met twee meisjes en stelt ze zich vrolijk assertief op tegen een brutale jongen. ,,De voorheen wat agressieve stemming kantelde direct. De geïrriteerde passagiers ontspanden en er ontstond een veel aangenamer sfeer.” En dat allemaal door een vrouw die vrijblijvend contact zoekt.

Het sleutelwoord voor een prettig praatje is volgens Soenen ongedwongenheid. ,,Mensen moeten kunnen kiezen of ze een gesprek aangaan of niet.” En dat onderstreept Van Burik. ,,Soms staat je hoofd er niet naar. Dat kan. Dan kun je er beter voor kiezen géén praatje te maken.” De training in Nijmegen is inmiddels voorbij en de deelnemers kijken terug op een positieve dag waarin ze onder andere via rollenspellen het praatjemaken-model oefenden. ,,Ik heb nooit beseft hoe belangrijk de eerste momenten zijn. Goed contact zoeken en maken dient als fundament voor alles wat daarop volgt,” zegt Simone Mazenier. Kees Feer, een opgewekte man met prepensioen, gaat vol goede moed naar huis. Voorheen vond hij het eng vreemden aan te spreken. ,,Nu heb ik zin het te gaan proberen.”

Patrick Schijnder volgde begin vorig jaar een cursus bij Van Burik en voelt zich sindsdien zelfverzekerder. ,,Ik vond mezelf niet zo goed in netwerken,” zegt hij in alle eerlijkheid. ,,Op recepties sprak ik uit veiligheid alleen met bekenden.” Vooral het inschatten wie hij kan aanspreken, vond hij lastig. Door de training is Schijnder bewuster gaan kijken. ,,Bij binnenkomst ‘lees’ ik nu kort de ruimte, vervolgens kies ik waar ik wil inhaken.” Mensen die duidelijk lol met elkaar hebben, slaat hij over. ,,Daar kom je lastiger tussen.” Liever zoekt hij een groepje dat minder op zichzelf is gericht. ,,Wanneer je dan met oogcontact laat zien dat je geïnteresseerd bent, maakt er altijd wel iemand een opening voor je.”

Toch blijven er nog wat verbeterpuntjes, zegt Schijnder zelf. Zo blijft hij het lastig vinden gespreksonderwerpen te bedenken. Maar hij laat zich niet meer van de wijs brengen. ,,Je hoeft namelijk niet altijd wat te zeggen. Een gesprek voer je met zijn tweeën, de ander kan ook met een vraag of onderwerp komen.” En anders is er altijd nog het weer.

Professionele praatjesmakers

Bij sommige beroepen kun je niet om een praatje met de klanten heen. Vier professionele praatjesmakers over de kneepjes van het vak.

MAAIKE EHREN
Beroep: kapster
Praatjes per dag: circa 10
Tip: ,,Geef iemand een complimentje, daaruit volgt vaak een leuk gesprek.”

,,Door open vragen te stellen komt een gesprek vanzelf op gang. En vaak beginnen mensen vanuit zichzelf te praten. Dat heeft er misschien mee te maken dat ik ze aanraak, daardoor neemt de afstand tussen ons af. Ik hoor de meest intieme dingen, van ziekte tot ontrouw. Zeker één keer per week schiet een klant vol vanwege zijn eigen verhaal. Dat vind ik niet lastig, ik haal gewoon een glaasje water en neem de tijd. Buiten mijn werk ben ik minder losjes in de omgang, op een verjaardag weet ik soms niet wat ik tegen een onbekende moet zeggen. Als kapster heb ik een duidelijke rol, dat maakt het praten makkelijker. Ik smul ervan wanneer een gesprek lekker loopt waardoor zowel ik als de klant zichzelf kan zijn. Wat dat betreft mag ik elke drie kwartier met iemand anders koffie drinken.”

HESTER EN ROB POTT
Beroep: slagers
Praatjes per dag: circa 55
Tip: ,,Realiseer je dat iedereen wel eens onzeker is. Dan verdwijnt de angst om afgewezen te worden vanzelf.”

Rob: ,,Soms ben ik zo druk dat ik niet eens zie wie er in de zaak staan. Maar de rest van het jaar praten we hier wat af. We kunnen niet tegen stilte.” Hester: ,,Je ziet het meteen wanneer iemand openstaat voor een gesprekje. Iemand die strak in de vitrine staat te staren, kun je beter met rust laten.’’ Rob: ,,Maar je hebt ook types die aan een voorzetje genoeg hebben, die lok ik expres een beetje uit.” Hester: ,,Ik gebruik de meest uiteenlopende dingen om een gesprek aan te knopen. Kinderen, het weer. Wanneer iemand lekker bruin is, vraag ik of hij op vakantie is geweest. Soms krijg je dan zo’n uitgebreid verhaal, dat ik het afkap met een grapje. Direct met een knipoog, dat werkt voor mij het beste.” Rob: ,,Persoonlijk contact is goed voor de klantenbinding, wij kennen 80 procent van onze klanten.” Hester: ,,Mensen noemen het hier een stukje dorp in de grote stad. Dat vind ik een compliment.”

QAIS BASEQ
Beroep: taxichauffeur
Praatjes per dag: circa 10
Tip: ,,Laat zien dat je de ander vertrouwt, ook als je hem nog niet kent. Zo win je vertrouwen terug en kan er een open gesprek ontstaan.”

,,Sommige mensen vertellen alles aan me. Ze kennen me niet en dat maakt de drempel laag om hun hart te luchten. Natuurlijk vlot een gesprek niet altijd, vooral zakelijke types zijn vaak te druk voor een praatje. En ook ik heb soms geen zin, maar zet me daar altijd overheen. Dat vind ik deel van mijn beroep. Ik kom oorspronkelijk uit Afghanistan en daar werkt een praatje maken heel anders. We hebben het nooit over het weer, maar vragen meteen hoe het met je werk en familie gaat. Wanneer je daar aan iemand de weg vraagt, spreek je hem aan met ‘vriend’ en maak je een grapje. In Nederland zijn we afstandelijker. Het een is niet beter dan het ander, ik ben er inmiddels aan gewend en begin dus vaak over het weer en verkeer. De rest volgt meestal vanzelf.”

September 29th, 2011 at 5:13 pm

Posted in

58 Responses to '‘Weertje hè?’'

Subscribe to comments with RSS or TrackBack to '‘Weertje hè?’'.

  1. .

    thanks!!…

    Michael

    2 Feb 15 at 12:54 pm

  2. .

    ñïñ!…

    todd

    2 Feb 15 at 1:24 pm

  3. .

    áëàãîäàðþ….

    karl

    4 Feb 15 at 11:09 am

  4. .

    tnx for info!!…

    Earl

    6 Feb 15 at 2:24 am

  5. .

    tnx….

    Rick

    7 Feb 15 at 3:41 pm

  6. .

    good info….

    steven

    7 Feb 15 at 4:14 pm

  7. .

    áëàãîäàðåí!…

    Mark

    8 Feb 15 at 7:32 am

  8. .

    thank you….

    Jessie

    11 Feb 15 at 4:08 am

Leave a Reply